Leven in tijden van Corona

Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!  – Hebreeën 13: 8

Vragen

9 februari jl. bladerde ik ’s morgens door de krant. Met Valentijnsdag in aankomst was een artikel opgenomen van iemand die op bestelling liefdesbrieven typt. Een van de laatste zinnen sprak me aan, speciaal op die dag. ‘Dit was hem!’ dacht ik bij mezelf, hiermee zou ik mijn praatje eindigen:

‘Geen twee verhalen zijn hetzelfde maar in essentie worstelen we allemaal met hetzelfde, met de vraag hoe je dat nu eigenlijk doet, leven.’

Er stond een familiereceptie gepland op 9 februari. In een zaaltje aan de Reeweg zouden we elkaar een goed Nieuwjaar wensen en zou ik het boek dat ik over mijn schoonmoeder (overleden aan de ziekte van Alzheimer) had geschreven aan de familie geven. Mijn praatje hierbij was goed voorbereid, spreken in het openbaar is niet mijn sterkste kant.

De receptie was gepland van 14.30 uur tot 17.30 uur maar er werd al dagen gewaarschuwd voor hevige storm, code oranje. Tegen de avond zou het in alle hevigheid losbarsten. We vervroegden het tijdstip en de receptie werd met een uur ingekort. Iedereen zou op tijd, veilig thuis zijn.

De storm viel mee die avond…

Een maand later barstte het los, wereldwijd. Het nieuwe coronavirus raasde vernietigend rond en legde ‘alles’ stil. Code afstand. Boetes bij het overtreden van de regels. Een sterk verkleinde leefwereld. Stilte. Uitgestorven steden.

Pas na een week of twee leek de ernst door te dringen. We prezen ons gelukkig, onder voorwaarden, nog naar buiten te kunnen, al keken we wel enigszins angstvallig in het rond. Het voelde onwerkelijk en vreemd. Nog vreemder was de snelheid waarmee het wende… Fietsend door het Oosterpark in Ridderkerk, schrokken we van jongelui dicht naast elkaar op een bankje.

Bezoek in de tuin. Afstand. Tuinstoelen uit elkaar geschoven. Op een bijgeschoven campingtafel teken- en kleurspulletjes voor de kleinkinderen. Of ze nu wel naar de wc mocht, vroeg de vijfjarige aan mama. ‘Ja hoor, dat kan wel, nergens aankomen.’ Een stralende driejarige met een tekening, ‘Kijk oma, voor jou.’ ‘Mooi lieverd, dankjewel, leg hem maar op de tafel.’

Na afloop een doekje over de deurknoppen.

Meer vragen dan antwoorden. Hoe ga je verder als alles stil lijkt te staan? En als je verder gaat, waar begin je dan? Er zijn voor elkaar, maar hoe dan? Een gevoel van saamhorigheid en dankbaarheid voor wat nog wel kan, maar ook een gevoel van machteloosheid. Soms lijkt het of ook mijn handen op slot zitten.

Ik zou het kunnen zien als een bezinningsmoment lees ik. Zeker, maar ik moet bekennen dat ik er na zes weken ook verdrietig en rusteloos van word.

‘Geen twee verhalen zijn hetzelfde’ maar in essentie worstelen we allemaal met hetzelfde, met de vraag hoe je dat nu eigenlijk doet, leven in tijden van Corona.

 

Tineke Vroegindeweij

 

‘De Heer keek toen vol liefde mij aan,

En antwoordde op mijn vragen;

‘…Mijn lieve kind, toen het moeilijk was,

toen heb Ik jou gedragen.’

 

Uit: Voetstappen in het zand